Gewicht

Deel op Facebook
Volg ons via RSS
Ontvang een e-mail als we iets nieuws hebben geplaatst
Deel op Pinterest
Deel op Pinterest
Deel op Google+
http://www.praktischrekenen.nl/meten/gewicht">
Deel op twitter

GEWICHT – DOELEN

 

DOEL 1: BEGRIPPEN ROND GEWICHT KENNEN EN GEBRUIKEN
GROEP 1 EN 2
Begrippen rond gewicht herkennen en kunnen gebruiken in betekenisvolle situaties

 

  • Begrippen rond gewicht herkennen en kunnen gebruiken in betekenisvolle eenvoudige situaties en in tegenstellingen:
    • zwaar, zwaarder, zwaarst(e)
    • licht, lichter, lichtst(e)
    • even zwaar/licht
  • De woorden licht en zwaar gebruiken bij het optillen van voorwerpen
  • Binnen een context aanwijzen wat bedoeld wordt met begrippen als zwaar-zwaarder, licht-lichter, zwaarst

 

 

DOEL 2: EEN METING MET BEHULP VAN EEN MEETINSTRUMENT UITVOEREN; RESULTAAT AFLEZEN EN NOTEREN
GROEP 1 EN 2
Gewicht vergelijken en ordenen op het oog en op de hand
  • Voorwerpen kunnen op het oog en op de hand vergelijken en ordenen naar gewicht.
  • Twee gewichten met een groot verschil met elkaar vergelijken (met gebruik handen)
  • Voorwerpen op gewicht vergelijken en ordenen

GROEP 3
Gewicht vergelijken en ordenen met een balans
  • Voorwerpen met een balans (wip-principe) kunnen vergelijken en ordenen naar gewicht.
  • Conclusies kunnen trekken uit de stand van de balans bij het wegen van twee voorwerpen
  • Twee voorwerpen op gewicht vergelijken door wegen met een balans
  • Bij het gebruik van een balans het begrip even zwaar hanteren
  • Meerdere voorwerpen op gewicht ordenen door wegen met een balans
2E HELFT GR. 4
Gewicht bepalen met een personenweegschaal
  • Kunnen bepalen van het gewicht door gebruik te maken van een personenweegschaal
  • Digitaal en analoog
  • Weten dat de weegschaal gebruikt wordt om te wegen
  • De analoge en de digitale personenweegschaal aflezen en het resultaat in kilogrammen noteren
GROEP 5
Gewicht bepalen met een keukenweegschaal
  • Kunnen bepalen van het gewicht: door gebruik te maken van een keukenweegschaal
  • Digitaal en analoog
  • De analoge en de digitale keukenweegschaal aflezen en het resultaat in grammen noteren
  • Op een weegschaal een bepaalde hoeveelheid in kilogrammen afwegen

Op een keukenweegschaal een bepaalde hoeveelheid in grammen afwegen

GROEP 4
Begrijpen dat gewicht niet samenvalt met omvang of lengte of grootte
  • Begrijpen dat gewicht niet samenvalt met omvang of lengte of grootte
  • zwaarder betekent niet altijd langer, groter en omgekeerd
  • Kunnen redeneren over gewichten in eenvoudige probleem- en conflictsituaties (is iets dat groter is, ook altijd zwaarder?)
  • Weten dat grootte en gewicht niet altijd samenhangen

 

DOEL 3: ENKELE REFERENTIEMATEN MET BETREKKING TOT GEWICHT KENNEN EN KUNNEN GEBRUIKEN
2E HELFT GR. 5
Standaard referentiematen

Referentiematen:

  • Een kilo is een pak suiker
  • Paperclip is ongeveer 1 gram
  • Mobieltje is ongeveer 100 gram

Referenties van de kilogram (bijvoorbeeld een pak suiker)

Activiteiten

 

DOEL 4: SCHATTINGEN MAKEN OVER GEWICHT
GROEP 6
Referentiematen gebruiken bij het schatten van gewicht

Gebruiken van referentiematen bij het schatten van gewicht

  • Hoe zwaar is een mens ongeveer?
  • Hoe zwaar is een konijn ongeveer?

 

DOEL 5: DE LEERLINGEN ZIJN BEKEND MET STANDAARDMATEN EN KENNEN DE GANGBARE AFKORTINGEN DAARVAN
2E HELFT GR. 5
De standaardmaat kilogram kennen
  • Kilogram
  • De standaardmaat kilogram (kg) kennen

 

GROEP 6
De standaardmaat gram kennen
  • Gram
  • De standaardmaat gram (g) kennen

 

GROEP 7 en 8
De standaardmaat milligram kennen
  • Milligram

 

GROEP 8 / VO
De standaardmaat ton kennen
  • Ton

 

 

DOEL 6: IN BETEKENISVOLLE SITUATIES SAMENHANG TUSSEN ENKELE (STANDAARD)MATEN KENNEN
2E HELFT GR. 5
Gram en kilogram

Gram en kilogram

  • Verband leggen met leerlijn getalbegrip en kommagetallen
  • Maateenheden omrekenen hoeft niet

 

DOEL 7: DE LEERLINGEN HEBBEN INZICHT IN DE STRUCTUUR VAN DE VERSCHILLENDE MAATSTELSELS
GROEP 6
Van kilo's naar grammen

Gewicht van kg → g

  • 1 kg = 1000 gram
GROEP 7 EN 8
Van gram naar milligram

Gewicht van g → mg

  • 1 g = 1000 mg

 

DOEL 8: GEWICHTSMATEN IN VERBAND BRENGEN MET DECIMALE GETALLEN
GROEP 8 / VO
Kilo's en grammen

500 gram = … kg

 

DOEL 9: ALLEDAAGSE VOORVOEGSELS KENNEN
GROEP 8 / VO
Voorvoegsel kilo kennen

Betekenis van voorvoegsels kilo

GROEP 8 / VO
Voorvoegsels giga en mega kennen

Betekenis van voorvoegsels giga en mega

 

 

Meest recente berichten